#2 - Geslachtschromosomen

19-08-2021

Het DNA van de mens bestaat uit 23 paar chromosomen, waarvan één paar de geslachtschromosomen worden genoemd. Het Y-chromosoom staat samen met het X-chromosoom in voor de geslachtbepaling van de nakomelingen, vandaar de naam 'geslachtschromosomen'. De vrouw heeft 2 X-chromosomen (XX), terwijl de man beschikt over een X-chromosoom en een kleiner Y-chromosoom (XY).

De overerving van deze geslachtschromosomen is bepalend voor het geslacht van de nakomelingen. Aangezien de moeder twee X-chromosomen bezit, erft haar kind met 100% zekerheid een X-chromosoom van de moeder. Hierdoor krijgt de vader de unieke mogelijkheid tot het bepalen van het geslacht van zijn kinderen. Zo schenkt hij zijn dochter een X-chromosoom, terwijl zijn zoon het Y-chromosoom mag ontvangen. Het Y-chromosoom wordt dus enkel van vader op zoon doorgegeven, waardoor vaderschapslijnen of paternale lijnen mooi zichtbaar worden.


Figuur 2.1: de twee geslachtschromosomen: het X-chromosoom (links) en het Y-chromosoom (rechts).

Deze geslachtschromosomen zijn meer dan 300 miljoen jaar geleden geëvolueerd uit één voorouderlijk niet-geslachtsbepalend chromosoom , ook wel 'autosomen' genoemd. De ontwikkeling van het Y-chromosoom zou hebben plaatsgevonden door het snelle verlies van genen. Van de 184 genen die toen op het voorouderlijke geslachtschromosoom aanwezig waren, zijn er slechts 3% van teruggevonden op het huidige Y-chromosoom.

Dit betekent dat het verschil tussen de twee geslachtschromosomen ontstond door een enorm grote degeneratie aan genen in de evolutie van het Y-chromosoom. Sindsdien zijn de bewaarde genen op het Y-chromosoom toch opmerkelijk stabiel gebleven.

Figuur 2.2: De evolutie van twee autosomen 300 miljoen (M) jaar geleden naar de twee huidige geslachtschromosomen


Of de moeder het nu wilt of niet, de vader bepaalt het geslacht van hun kinderen. De mannelijke geslachtscellen of spermacellen worden gevormd door drie verschillende celdelingen: één mitotische celdeling en twee meiotische celdelingen. Hierbij wordt een diploïde cel (2n) verdeeld tot vier verschillende haploïde cellen of spermacellen (4 x 1n). Bij de bevruchting zal een mannelijke geslachtscel (de spermacel) met een vrouwelijke geslachtscel (de eicel) samensmelten ter vorming van een grotere diploïde cel, ook wel de zygote genoemd. 

Figuur 2.3: Op deze figuur zie je schematisch de ontwikkeling van vier mannelijke spermacellen, ook wel de 'spermatogenese' genoemd. Hierbij deelt een diploïde cel zich drie keer. Via de mitose wordt er een identieke kopie van de cel gemaakt en vervolgens kan de cel via  twee meiotische celdelingen zich tweemaal verdubbelen.